vv Voorwaarts - het laatste nieuws
Column: Randverschijnselen
De verwachtingen waren weer hoog , zoals elk jaar, en de voorbeschouwing langdurig – ook gebruikelijk. In het Jan Koenhein-paviljoen werd hevig gediscussieerd tussen drie vaste barhangers. Twee mannen op leeftijd zaten recht op hun vaste barkruk achter een bacardi-cola. Ze waren begin zeventig de één droeg een bril, de ander een versleten, maar net pak. Er tussenin zat onderuit gezakt de benjamin van het stel, midden veertig al wat grijzend wordende leeuwenmanen op het hoofd; hij miste twee tanden en gromde daardoor een beetje onduidelijk: “zou het zesde nu eens eindelijk de finale halen in Texel?” Een ander opperde: “ja, die van het achtste maken altijd wel een kans, maar ja; geen echte toernooivoetballers hè...” gevolgd door een minzaam knikje. De man in het versleten pak stelde dat “het derde helfttoernooi zeker weten weer voor de neus het vierde wordt weggekaapt.” De anderen hadden wel gelukkig wel goede hoop.
Begin mei. Drie weken lang werden er toernooien gespeeld, het Jan Koenheintoernooi, het Derde Helfttoernooi, het Texeltoernooi en de afsluitdag met het zeven tegen zeven-toernooi. De selecties werden uitvoerig besproken. Uit hoeveel creatieve spelers zou de voorhoede van Zondag vijf moeten bestaan? Met de onlosmakelijke aansluitvraag “of er eigenlijk überhaupt wel spelers die iets met een bal kunnen in het vijfde zitten?” Ze werken immers “als waterbuffels” maar meer is het niet. Of “het zesde nu meer gebaat is bij een drie- of viermansverdiging?” bleek een heet hangijzer. Snel waren de mannen het eens dat de gemiddelde leeftijd van de zaterdag 7-voorhoede “een beetje aan de hoge kant” was voor zoveel voetbalminuten in één maand.
Zoals voor elk groot toernooi waren er ook de nodige problemen. Hoe het met de fitheid zou gaan van spelers vroeg het brilletje zich af. “Bij het vierde worden de scherven van de midmid (“ofwel de ‘glazen Bol’” voegde de veertiger er half schuddebuikend aan toe) nipt bij elkaar gehouden door braces en banden, die traint na tien minuten spelen een week lang geheid apart!” Er werd geopperd hem mogelijk te sparen voor de finale, en dan het liefst eigenlijk alleen het laatste kwartier. “Verder” zei de ander - die niet achter wilde blijven - “had men toch een aanmerkelijk zwaarder voorseizoen gehad dan die voetballers uit mickey mouse-dorpjes als Houten en Katwijk!” Het drukke meiprogramma zou de jongens “stevige verzuring” hebben bezorgd. Naar verluid waren er veel kleine pijntjes, “blessures als een droge keel, steken net achter het voorhoofd en algehele brakheid” zo beweerde de veertiger (hij had nog wel eens contact met het dame van de verzorging zo stelde hij tussen neus en lippen door).
En dan de discipline in de teams! “Hoe moet dat nou, met zo’n groep losgelagen bavianen!” gonsde menigmaal tussen twee happen warm vlees door aan de bar bij Egbert. Het scheen dat spelers zich coaches waanden en zich meerdere malen hadden uitgelaten over hun voorkeursposities (“we spelen die laatste wedstrijd van de poulefase bij het derde helfttoernooi sowieso in een fantasieopstelling, en dan sta ik dus echt wel in de spits ” zou de linksback van het vierde hebben gezegd). “Een schande! Dit soort discussies moeten binnenskleedkamers blijven!” vond het versleten pak.
Gelukkig was het legioen, zoals altijd, topfit en immer trouw. Daar was men zeer tevreden mee. Op Texel ontstond een jaarlijks terugkerend ritueel: de Voorwaartscamping. Daar werd voor de wedstrijden “het blik geheven” zo formuleerde de één het. Na een wedstrijddag ging met uitgebreid aan de braai en werd wederom menig biertje weggetrokken door een enthousiaste Utrechtse meute. De inheemse bewoners waren, zoals elk jaar, zeer te spreken over de positiviteit van de groenzwarte supporterschare. Lokale taxichauffeurs verdienden een goede duit aan de mannen in het toch wat armlastige Texel. En “onuithuwelijkbare vrouwen vonden eindelijk een soulmate bij de vastelanders” zo ging de roddel bij het drietal.
Rond het Jan Koenheintoernooi was letterlijk enige wanklank te horen. Het monotone getoeter van de vuvuzela werd als zeer hinderlijk ervaren. “Net een wulpse kudde olifanten”, zo ordeelde één van de mannen “nee, een opgezweepte stam zoeloes lijkt er meer op” reageerde de ander. Tegen de tijd dat het zeven tegen zeven-toernooi begon waren de hinderlijke toeters reeds lang vergeten. De enige tonen die nog klonken waren die van volkszanger Mike met zijn speciaal voor het toernooi ingestudeerde chanson. Wel weer een beetje “commercieel” oordeelde iemand, voor een groot toernooi brengen ze altijd een plaatje op de markt! “Edoch, laten we hopen dat hij goed boert met zijn hit; foutloos uitgevoerd, hij miste geen enkele noot!”
Oh, en de uitslagen? Texel werd binnengekopt door het zesde, het Jan Koenheintoernooi gewonnen door het vierde, het zeven tegen zeventoernooi was voor zondag 1, de beker van het derde helfttoernooi bleef in de familie en ook de visbeker werd zonder problemen binnengehaald. Het werd een toernooimaand om nooit te vergeten. Hoge verwachtingen kwamen uit. Het commentaar en de langdurige voorbeschouwingen bleken net zo snel oud nieuws als een peiling van Maurice de Hond met een stelling over de vermeende onschuld van Joran van der Sloot. Voorlopig is het klaar. De gedachten kunnen even worden verzet. Geen slap voetbalgelul deze maanden. Prettige vakantie
15-06-2010 om 22-46-07









